De 1.4 T-Jet in de Competizione levert 180 pk bij 5.500 toeren en 250 Nm koppel – cijfers die beter zijn dan respectievelijk 45% en 23% van de concurrentie uit die periode. Die koppelwaarde is niet indrukwekkend, maar het blok is wel een oude bekende die al jaren in allerlei Fiat-modellen dienstdoet. Het is een eenvoudige, beproefde motor die je niet voor verrassingen stelt.
De 5-versnellingsbak is een van de grootste minpunten. Zowel handmatig als automatisch heeft hij maar vijf verhoudingen, wat resulteert in grote stappen tussen de versnellingen. Bij 120 km/u draait de motor in vijfde versnelling vermoedelijk rond de 3.000 toeren, wat het verbruik en het geluidsniveau niet ten goede komt. De automatische versnellingsbak is een conventionele koppelomvormer en geen moderne dubbele koppeling – je moet het schakelwerk zelf in de gaten houden.
De acceleratie van 6,9 seconden naar 100 km/u is goed voor 66% beter dan vergelijkbare auto's, en de topsnelheid van 225 km/u hoort bij de snelste in zijn klasse. Maar het echte feest zit in het geluid. De uitlaat knalt en sputtert bij het loslaten van het gas, een effect dat Abarth bewust heeft gecultiveerd. Het is misschien niet ieders smaak, maar het geeft de auto een karakter dat je in deze prijsklasse niet snel vindt.
Er zijn drie vermogensvarianten: 145 pk, 165 pk en 180 pk. Het verschil zit in de turbo en de elektronica. De 145 pk-versie is waarschijnlijk het meest geschikt voor dagelijks gebruik, maar dan mis je het vuur van de Competizione. De 165 pk-versie van de Turismo is een gulden middenweg, maar als je voor de Abarth gaat, wil je waarschijnlijk het maximale – en dat is de 180 pk-versie, die alleen in de Competizione leverbaar is.