Pluspunten
- Zeer ruime kofferbak van 617 liter
- Sterke hybride aandrijflijn met soepele automaat
- Uitgebreide standaarduitrusting
- Lage CO2-uitstoot voor een SUV
- 5 jaar garantie en 8 jaar op de accu
Hyundai Tucson · 2021 - heden · als getest: 1.6L T-GDI 6AT (230 HP)
Review van de Hyundai Tucson
De Hyundai Tucson is een zeer complete middenklasse-SUV die vooral imponeert met ruimte, comfort en een breed motorengamma. De 230 pk sterke hybride is vlot, maar geen sportwagen; de cijfers liegen er niet om: met 8,0 seconden naar 100 km/u zit je in de middenmoot. Het interieur is degelijk, maar niet bijzonder. De kofferruimte is met 617 liter een van de grootste in zijn klasse. Toch is de Tucson niet zonder gebreken: de bediening is soms onlogisch en het rijgedrag is meer gericht op comfort dan op dynamiek. Voor wie een ruime, betrouwbare en zuinige gezinsauto zoekt, is dit een uitstekende keuze. Voor de rijder die meer sensatie wil, zijn er betere opties.
Vermogen en koppel: hele Hyundai Tucson-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De Tucson van 2021 is een auto die je niet snel over het hoofd ziet. Met zijn hoekige lijnen, de opvallende dagrijverlichting die in het grillewerk is geïntegreerd en een flinke dosis chroom, probeert hij zich te onderscheiden in een zee van saaie SUV's. Of dat geslaagd is? Het is in ieder geval geen doorsnee design, en dat siert Hyundai. De proporties zijn met 4,50 meter lengte en 1,86 meter breedte typisch voor de klasse, maar de hoge taille en de grote wielen geven hem een stoere uitstraling.
Stap je binnen, dan valt het geheel qua sfeer wat tegen. Het design is strak en overzichtelijk, maar de materialen zijn niet overal even premium. Je ziet hard plastic op plekken waar je dat bij een auto van ruim veertig mille niet verwacht. Het scherm van het infotainment is groot en helder, maar de hoeveelheid glanzend zwarte panelen is een drama voor vingervlekken. De eerste indruk is dus gemengd: uiterlijk een blikvanger, interieur degelijk maar niet bijzonder.
Op basis van de cijfers is de Tucson niet bepaald een bochtenvreter. Met een leeggewicht van 1.634 kg en een ophanging die duidelijk op comfort is afgesteld, voelt hij vermoedelijk eerder log dan lenig. De elektrisch bekrachtigde besturing is waarschijnlijk licht en vrij van gevoel, zoals we van Hyundai gewend zijn. In de stad is dat prima, op de snelweg zul je vooral rechtuit stabiel willen liggen, en dat doet hij vast goed.
Het onderstel is afgestemd op het absorberen van hobbels, niet op het strak volgen van een bochtige B-weg. Dat is geen schande voor een SUV, maar als je van rijden houdt, zul je hier minder plezier beleven. De remmen doen hun werk, maar bij een zware auto als deze moet je niet op een haarscherpe reactie rekenen. Het is een auto die je rustig en ontspannen rijdt, niet een die je uitdaagt om sportief te rijden.
De 1.6 T-GDI met 230 pk is de topmotor in het gamma. Met 265 Nm koppel en een acceleratie van 8,0 seconden naar 100 km/u is hij vlot, maar niet overdreven snel. Vergeleken met concurrenten zit hij qua acceleratie in de onderste helft (beter dan 30%), en qua topsnelheid van 193 km/u zelfs in de onderste 22%. Dat klinkt negatiever dan het is: in de praktijk heb je aan 230 pk in een SUV meer dan genoeg om veilig in te voegen en vlot mee te komen.
De hybride aandrijflijn is technisch interessant. Hyundai combineert een 1.6-liter turbobenzine met een elektromotor en een 6-traps automaat. Die automaat is een conventionele koppelomvormer, geen CVT, en dat is goed nieuws: hij schakelt naar verwachting soepel en zonder het monotone gejank van een continu variabele transmissie. De overige motorversies bieden 150 of 180 pk, met handgeschakelde of automatische bak, voor- of vierwielaandrijving. Voor de meeste kopers is de 150 pk-versie al ruim voldoende, en die is een stuk voordeliger in aanschaf en verbruik.
Comfort is duidelijk de prioriteit bij de Tucson. De stoelen zijn vermoedelijk zacht en goed gevormd, met voldoende verstelmogelijkheden om een goede rijpositie te vinden. De achterbank biedt veel beenruimte, en dankzij de relatief vlakke vloer kun je er ook met drie personen nog redelijk zitten, al wordt het dan wel krap. De vering is zacht afgesteld, wat op slechte wegen een zegen is, maar op golvend asfalt kan hij gaan deinen.
De geluidsisolatie is waarschijnlijk redelijk, maar niet uitzonderlijk. Windgeruis rond de grote buitenspiegels zal op de snelweg hoorbaar zijn, en het bandengeluid dringt vermoedelijk ook door. Het is geen auto die je in totale stilte vervoert, maar voor een lange rit van Utrecht naar Zuid-Frankrijk is het prima vertoeven. De stoelen ondersteunen goed, en de cruisecontrol doet zijn werk naar verwachting nauwkeurig.
Het interieur van de Tucson is functioneel, maar niet bijzonder. Het dashboard is horizontaal vormgegeven, met een groot touchscreen dat boven de luchtroosters uittorent. De materialen zijn degelijk, maar op sommige plekken voelt het plastic hard aan, wat bij een vanafprijs van boven de veertig mille een beetje teleurstelt. De afwerking is verder netjes, met gelijkmatige kieren en stevig gemonteerde panelen.
Ergonomisch is het een gemengd verhaal. De meeste functies zijn via het touchscreen te bedienen, wat afleidt tijdens het rijden. Gelukkig zijn er fysieke knoppen voor de klimaatregeling, maar het volume van de radio moet je via het scherm regelen of via knoppen op het stuur. Het digitale instrumentenpaneel is helder en naar wens in te stellen, maar de overvloed aan menu's maakt het soms onoverzichtelijk. Een opvallend detail: de head-up display is optioneel, en dat is jammer, want het is een van de beste in zijn klasse.
Met een kofferbak van 617 liter zit de Tucson in de top van zijn klasse (beter dan 77% van de concurrentie). Dat is genoeg voor een gezin met kinderwagen, of voor een flinke boodschappendienst. De laadrand ligt niet al te hoog, en de achterbank kan in delen worden neergeklapt, al ontstaat er geen perfect vlakke laadvloer. Onder de vloer is ruimte voor een opbergvak, maar een reservewiel zit er niet in.
De achterbank is ruim, maar de instap is voor een SUV niet al te hoog. Dat is een voordeel voor kinderen en ouderen. De zichtbaarheid rondom is redelijk, maar de dikke C-stijlen en de hoge achterruit beperken het zicht schuin achter. Parkeren wordt geholpen door de optionele 360-graden camera, die een scherp beeld geeft. De draaicirkel is met 4,50 meter lengte niet bijzonder klein, maar in de stad kom je er wel mee weg.
Hyundai staat bekend om zijn uitgebreide technologie, en de Tucson is daarop geen uitzondering. Het infotainmentsysteem werkt vlot en reageert snel op aanrakingen, maar de menustructuur is niet altijd even logisch. Zo zit de stoelverwarming verstopt in het klimaatmenu, wat onhandig is. Gelukkig zijn er fysieke knoppen voor de belangrijkste functies, en het stuurwiel heeft veel bedieningselementen, al is het even wennen om ze te vinden zonder te kijken.
De rijassistentiesystemen zijn talrijk en werken over het algemeen goed. De adaptieve cruisecontrol houdt netjes afstand en de rijbaanassistent stuurt zachtjes bij, maar soms is hij te actief en grijpt hij in wanneer je dat niet verwacht. De dodehoekassistent is een aanrader, want die maakt het leven een stuk makkelijker. Over-the-air updates zijn mogelijk, maar Hyundai is daar wat terughoudend mee; voor echte vernieuwingen moet je naar de dealer.
Het officiële verbruik van de 230 pk-versie ligt rond de 1 op 15, maar in de praktijk zul je met een hybride SUV al snel uitkomen op 1 op 13 of minder, afhankelijk van je rijstijl. De CO2-uitstoot is laag voor een auto van dit formaat, wat gunstig is voor de bijtelling. Hyundai geeft 5 jaar garantie op de auto en 8 jaar op de hybride accu, dat is een groot pluspunt.
De vanafprijs van € 40.050 is niet laag, maar voor die prijs krijg je een complete uitrusting. Concurrenten als de SEAT Tarraco (vanaf € 40.290) bieden meer ruimte, maar minder standaarduitrusting. De Tucson is zuinig, maar niet de zuinigste in zijn klasse; een plug-in hybride is er niet, dus je moet het doen met de zelfopladende hybride. De onderhoudskosten zijn gemiddeld, en de banden zijn niet overdreven duur. Al met al is de Tucson een verstandige keuze, maar geen koopje.
Ja, maar...
Ik zou de Tucson overwegen als je een ruime, comfortabele en zuinige gezinsauto zoekt. De 230 pk-versie is niet nodig; de 150 pk is voor de meeste mensen voldoende en zuiniger. Met een vanafprijs van € 40.050 is hij niet goedkoop, maar je krijgt er veel auto voor terug. Let wel op de concurrentie: de SEAT Tarraco biedt meer ruimte voor een vergelijkbare prijs, en de Cupra Born is een stuk leuker als je geen SUV nodig hebt. Mijn keuze zou de 1.6 T-GDI 48V 6MT met 150 pk zijn, handgeschakeld, voor het lagere verbruik en de lagere prijs. Alleen als je veel trekt of bergachtig terrein hebt, zou ik voor de 230 pk gaan.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Hyundai Tucson, vergeleken met 3.607 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2018–2024.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 187 pk | 262 pk |
beter dan 41%
|
| Koppel | 255 Nm | 406 Nm |
beter dan 26%
|
| Topsnelheid | 195 km/u | 225 km/u |
beter dan 22%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 9,1 s | 7,6 s |
beter dan 30%
|
| Kofferruimte | 591 l | 545 l |
beter dan 77%
|
| Leeggewicht | 1.603 kg | 1.724 kg |
beter dan 55%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Niet opgegeven door de fabrikant: verbruik gecombineerd en co2-uitstoot. Die kenmerken staan daarom niet in de vergelijking.
Deze review gaat over de hele Hyundai Tucson-reeks. De cijfers hierboven komen van de 1.6L T-GDI 6AT (230 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.