Pluspunten
- Krachtige en karaktervolle V6 met 400 pk
- Scherpe prestaties voor de prijs
- Ruime standaarduitrusting
- Comfortabel onderstel voor lange ritten
- Uniek alternatief voor de Duitse mainstream
Infiniti Q50 · 2018 - heden · als getest: 3.0L 7AT AWD (400 HP)
Review van de Infiniti Q50
De Infiniti Q50 is een vreemde eend in de bijt: een Japanse sportberline die in Europa nauwelijks voet aan de grond kreeg. Met de 3.0 twin-turbo V6 van 400 pk mik je op prestaties die nog steeds indrukwekkend zijn, maar het verbruik is fors en het infotainment voelt gedateerd. De Q50 is een auto voor de liefhebber die een alternatief zoekt voor de Duitse mainstream en bewust kiest voor een V6 in een tijd van downsizing en elektrisch. Hij is snel, rijd vermoedelijk scherp en biedt veel waar voor zijn geld, maar je moet de nadelen voor lief nemen.
Vermogen en koppel: hele Infiniti Q50-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De Q50 ziet er nog steeds goed uit, al is het ontwerp inmiddels een jaar of tien oud. De scherpe lijnen en de grote grille geven hem een agressieve uitstraling, maar de proporties zijn klassiek sportberline: lang, laag en breed. Hij valt niet op in het verkeer, maar kenners zien dat dit geen standaard Japanner is. Het interieur oogt direct wat ouderwets, met veel knoppen en een dubbele touchscreen – dat wennen wordt.
Met 400 pk en 475 Nm koppel op de achterwielen (in deze AWD-versie verdeeld over alle vier) zal de Q50 rap accelereren. De cijfers liegen niet: dit is een snelle auto. De besturing is elektrisch en voelt in de standaardstand wat kunstmatig, maar in de sportstand wordt hij zwaarder en directer. Het onderstel is afgestemd op comfort, dus in bochten zal hij vermoedelijk wat overhellen, maar de AWD geeft vertrouwen. Op de snelweg is hij een rustige reisgenoot, al is het verbruik met 10,7 l/100 km allesbehalve zuinig.
Het hart van deze Q50 is de 3.0-liter twin-turbo V6, een blok dat Infiniti deelt met de Nissan GT-R, zij het in een mildere staat van tuning. Met 400 pk zit je in het topsegment van de concurrentie, beter dan 80% van de vergelijkbare auto's uit die periode. De 7-trapsautomaat schakelt snel, maar is niet zo verfijnd als de moderne ZF-8-bakken. De acceleratie zal indrukwekkend zijn, maar het verbruik is met 10,7 l/100 km ronduit dorstig – slechter dan 87% van de concurrentie. Er zijn ook zuinigere versies, zoals de hybride met 360 pk en 8,1 l/100 km, maar die heeft een CVT-achtig gevoel en minder karakter.
De stoelen zijn breed en comfortabel, met voldoende verstelmogelijkheden. De vering is aan de zachte kant, wat op lange ritten prettig is, maar in bochten zorgt het voor wat overhellen. De geluidsisolatie is redelijk, maar de V6 klinkt bij acceleratie nadrukkelijk aanwezig – voor liefhebbers een plus, voor anderen vermoeiend. In de stad is de Q50 dankzij de 360-gradencamera makkelijk te manoeuvreren, maar de draaicirkel is groot.
Het interieur is degelijk maar gedateerd. De materialen zijn van goede kwaliteit, met zacht plastic en leder op de juiste plaatsen, maar het ontwerp stamt uit een ander tijdperk. De dubbele touchscreen is wennen: het bovenste scherm toont de navigatie, het onderste de klimaatregeling. De knoppen voelen stevig aan, maar er zijn er te veel. De bediening is logisch, maar je moet wennen aan de vele menu's. De afwerking is netjes, maar niet op het niveau van een Duitse concurrent.
De achterbank biedt voldoende ruimte voor twee volwassenen, maar drie is krap. De kofferbak is met 500 liter ruim genoeg voor een weekendtas, maar de opening is niet hoog. De Q50 is een sedan, dus de achterklep is beperkt. Het zicht rondom is redelijk, maar de dikke C-stijlen beperken het zicht bij het achteruitrijden. Parkeren wordt geholpen door de camera, maar de auto is breed en lang.
Hier wreekt de leeftijd zich het meest. Het infotainmentsysteem is traag en de graphics zijn ouderwets. De dubbele touchscreen is een unieke oplossing, maar niet intuïtief. Er zijn wel moderne snufjes zoals adaptive cruise control en lane keeping assist, maar die werken niet zo soepel als bij de Duitse concurrentie. De Q50 heeft ook een opmerkelijk systeem: de Direct Adaptive Steering, die de stuurkolom elektronisch ontkoppelt. Dat is wennen en voelt onnatuurlijk.
Het officiële verbruik van de 400 pk-versie is 10,7 l/100 km, wat in de praktijk vermoedelijk eerder 12-13 l zal zijn. Daarmee is hij een van de dorstigste in zijn klasse. De CO2-uitstoot is hoog, dus de bijtelling is fors. De prijs van een tweedehands Q50 is relatief laag, maar de onderhoudskosten kunnen hoog zijn: een V6 met turbo's is niet goedkoop in onderhoud. De hybride versie is zuiniger, maar die is ook niet goedkoop in aanschaf.
Ja, maar...
Ik zou de Q50 alleen overwegen als je écht een V6 wilt en niet vies bent van een hoog verbruik. De 400 pk-versie is de enige die het bestaan van deze auto rechtvaardigt; de 208 pk-basis is te tam voor zo'n zwaar beest. Maar dan nog: een Jaguar I-PACE of Mercedes EQC rijdt elektrisch, stiller en goedkoper per kilometer. De Q50 is voor de liefhebber die de laatste snik van een uitstervend ras wil, met alle gebreken van dien. Koop er één met een ruime onderhoudshistorie en reken op 1 op 9.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Infiniti Q50, vergeleken met 5.851 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2015–2021.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 324 pk | 232 pk |
beter dan 80%
|
| Koppel | 403 Nm | 370 Nm |
beter dan 72%
|
| Verbruik gecombineerd | 9,9 l/100 km | 6,7 l/100 km |
beter dan 13%
|
| Leeggewicht | 1.764 kg | 1.624 kg |
beter dan 28%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Niet opgegeven door de fabrikant: topsnelheid, acceleratie 0–100 km/u, co2-uitstoot en kofferruimte. Die kenmerken staan daarom niet in de vergelijking.
Deze review gaat over de hele Infiniti Q50-reeks. De cijfers hierboven komen van de 3.0L 7AT AWD (400 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.