De 3,0-liter zes-in-lijn met elektrische ondersteuning is een technisch hoogstandje. Met 435 pk en een koppel dat al vroeg beschikbaar is, trekt hij als een goederentrein. De elektromotor vult het laagtoerige gat op, waardoor je zelden hoeft terug te schakelen. Het is geen rauwe V8, maar een verfijnde krachtbron die zijn werk doet zonder veel drama.
De acceleratie naar 100 km/u zal, met vierwielaandrijving en een vlotte automaat, rond de 4,5 seconden liggen - snel genoeg om de meeste sportwagens uit het verleden te vernederen, en dat met een koffervolume van 640 liter. De topsnelheid is elektronisch begrensd op 249 km/u, wat voor de Duitse snelwegen prima is, maar op de Nederlandse wegen zul je de limiet nooit bereiken.
Belangrijk om te weten: de 'hybride'-aanduiding is vooral een technisch detail. De elektrische actieradius is minimaal, bedoeld om het verbruik in de stad iets te drukken en de CO2-uitstoot te verlagen. In de praktijk is dit gewoon een benzineauto met een duwtje in de rug. Wie een echte hybride verwacht, komt bedrogen uit. De motor is overigens alleen leverbaar met een 9-traps automaat en vierwielaandrijving - een handgeschakelde versie is nooit een optie geweest, en dat is maar goed ook.