De 2,0-liter viercilinder is een technisch hoogstandje. Met 380 pk uit 2,0 liter is dat meer dan 190 pk per liter, een cijfer dat in die tijd alleen door de allerheftigste motoren werd gehaald. De turbo heeft weinig vertraging, maar je moet het toerental wel hoog houden om het meeste uit de motor te halen. Beneden de 3.000 toeren voelt hij wat tam, maar daarboven trekt hij als een dolle hond aan de lijn.
Er zijn twee versies: 360 pk en 380 pk. Het verschil zit 'm in een iets hogere turbodruk en een kortere overbrenging bij de 380 pk-variant. De 7-traps automaat is de enige optie, en dat is maar goed ook, want handmatig schakelen zou je constant bezighouden. De acceleratie van 0-100 in 4,4 seconden is indrukwekkend, maar het verbruik is dat ook, in negatieve zin. Met 7,4 l/100 km op papier, maar in de praktijk zul je al snel boven de 10 liter uitkomen als je het rijgedrag gebruikt waarvoor het bedoeld is.