De C 300 d is de topdiesel in het gamma, met 265 pk en 550 Nm – cijfers die een paar jaar geleden waren voorbehouden aan een V6. De viercilinder doet dat met een 2.0-blok, wat knap is, maar het geluid zal waarschijnlijk niet het meest sonore zijn. De sprint van 5,7 seconden is meer dan voldoende voor dagelijks gebruik, en de topsnelheid van 249 km/u is vooral theoretisch relevant.
Het motorgamma is opvallend: alle versies zijn mild hybrids, ook de benzines. De C 180 heeft met 170 pk net genoeg voor normaal gebruik, terwijl de C 300 met 258 pk de sportieve keuze is. De diesels zijn er in C 220 d (200 pk) en C 300 d (265 pk), en die laatste is duidelijk de meest overtuigende. Wie minder vermogen nodig heeft, spaart met de C 220 d brandstof: 5,2 l/100 km tegen 5,3 l/100 km – een verwaarloosbaar verschil.