Pluspunten
- Eigenzinnig design dat opvalt in het verkeer
- Sterke JCW-motor met 218 pk en 300 Nm
- Goed weggedrag, typerend voor Mini
- Karakteristiek interieur met veel personalisatie
- Handgeschakelde diesels zijn zuinig
Mini Paceman · 2013 - 2016 · als getest: John Cooper Works 1.6L 6AT FWD (218 HP)
Review van de Mini Paceman
De Mini Paceman is een vreemde eend in de bijt: een coupé-SUV op basis van de Countryman, met een daklijn die vooral ruimte offert voor stijl. De JCW-versie gooit er 218 pk tegenaan, wat hem met 6,9 seconden naar 100 km/u laat sprinten — netjes, maar niet wereldschokkend. Het onderstel belooft goedaardig bochtgedrag, maar het gewicht van bijna 1.500 kg tempert het enthousiasme. Binnenin zit je typisch Mini: sportief, knus, met materialen die destijds prima waren. Het belangrijkste minpunt is de beperkte kofferruimte (330 liter) en de hoge CO2-uitstoot van 184 g/km. Voor wie originaliteit zoekt en niet hoeft te slepen, is dit een charmante keuze. Voor de rest zijn er betere Mini's.
Vermogen en koppel: hele Mini Paceman-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De Mini Paceman is een studie in compromissen. Hij deelt zijn onderstel met de Countryman, maar gooit twee deuren weg en laat het dak aan de achterkant aflopen. Het resultaat is een auto die eruitziet alsof hij zich schaamt voor zijn hoogte: 1.527 mm is fors, maar de coupé-lijn doet zijn best om dat te verbergen. Met een lengte van 4.125 mm en een breedte van 1.786 mm staat hij stevig op de weg, maar de achterkant oogt rommelig — alsof iemand midden in het ontwerpproces besloot dat het toch een hatchback moest worden.
Vooral de JCW-uitvoering straalt agressie uit, met grotere luchtinlaten en een diffuser-achtige achterbumper. Maar eerlijk: dit is geen klassieke schoonheid. Het is een auto die je moet begrijpen. De Mini-typische ronde koplampen en de zeshoekige grille zijn herkenbaar, maar de verhoudingen zijn topzwaar. Binnenin valt de hoge zitpositie op — je kijkt over het dak van een gemiddelde hatchback heen, wat een vreemd contrast vormt met het sportieve imago. Het is een eerste indruk die blijft hangen, al is het niet altijd positief.
Toch heeft de Paceman een zekere eigenzinnigheid die je niet meer ziet bij moderne Mini's. Hij is niet bang om anders te zijn, en dat siert hem. Maar wie op zoek is naar elegantie, moet elders kijken.
Op basis van de cijfers — 218 pk, 300 Nm en een gewicht van 1.495 kg — kun je verwachten dat de JCW vlot vooruitkomt, maar niet dat hij je van je stoel blaast. Met 6,9 seconden naar 100 km/u zit hij in hetzelfde rijtje als een Golf GTI uit die tijd, maar dan met een hoger zwaartepunt. Het onderstel is waarschijnlijk strak afgesteld, zoals je van Mini gewend bent, maar de extra hoogte en het gewicht zullen in snelle bochten een rol spelen. De besturing is vermoedelijk direct, maar niet zo communicatief als in een echte Mini-hatchback.
De vierwielaandrijving op de ALL4-versies biedt grip, maar deze JCW is voorwielaandrijving. Met 300 Nm koppel zal de vooras af en toe moeite hebben om alles op de weg te krijgen, vooral bij nat wegdek. Het rempedaal voelt waarschijnlijk stevig aan, maar je moet meer vertrouwen op de remmen dan je zou willen vanwege het gewicht. Op de snelweg is de Paceman stabiel, maar windruis zal bij 224 km/u topsnelheid behoorlijk zijn — al is dat meer een theoretisch punt. In de stad is de auto wendbaar dankzij de korte overhangen, maar de dikke C-stijlen belemmeren het zicht schuin achteren.
Het rijgedrag is dus een mix van Mini-DNA en SUV-praktisch. Het resultaat is een auto die je niet snel verveelt, maar die ook geen pure rijmachine is. Wie op zoek is naar het gevoel van een go-kart, moet bij de gewone Mini zijn.
Het motorengamma van de Paceman is een feest van herkenbaarheid: van de 1.6-liter benzinemotor met 122 pk tot de 2.0-liter diesel met 143 pk, en bovenin de JCW met 218 pk. De JCW levert 300 Nm koppel, wat zorgt voor een vlottere doorstroming dan het vermogen doet vermoeden. De acceleratie van 6,9 seconden is respectabel, maar niet spectaculair — een moderne hot hatch doet het beter. De topsnelheid van 224 km/u is vooral theoretisch; op de Duitse Autobahn zul je er niet vaak komen.
De handgeschakelde versies zijn waarschijnlijk de meest bevredigende, met een korte, precieze schakelweg die Mini-fans waarderen. De 6-trapsautomaat is vloeiend, maar reageert soms traag op kick-down — typisch voor die periode. De dieselmotoren zijn de verstandige keuze: de Cooper D met handbak haalt een verbruik van 4,4 l/100 km, wat bijna de helft is van de JCW. De Cooper SD met 143 pk biedt een beter evenwicht tussen prestaties en efficiëntie, maar mist het karakter van de JCW.
Opvallend is dat de JCW alleen met voorwielaandrijving leverbaar was, terwijl de Cooper S ook als ALL4 kwam. Dat is jammer, want met 218 pk had vierwielaandrijving voor meer stabiliteit kunnen zorgen. Maar goed, Mini koos voor gewichtsbesparing — al weegt de JCW nog steeds 1.495 kg, wat niet mager is. De acceleratiecijfers liggen in lijn met de concurrentie, maar de auto voelt zwaarder aan dan hij is, vooral bij het wegrijden.
De stoelen in de JCW zijn sportief gesneden, met stevige zijdemping die je op zijn plaats houdt in bochten. Maar voor lange ritten kunnen ze vermoeiend worden — het schuim is aan de harde kant en de rugleuning is niet altijd optimaal verstelbaar. De achterbank is een ander verhaal: met een daklijn die afloopt, is hoofdruimte schaars. Kinderen passen prima, volwassenen moeten hun hoofd buigen, zeker boven de 1,80 meter. De beenruimte is ook beperkt, want de wielbasis is niet veranderd ten opzichte van de Countryman, maar de zitpositie is lager.
De vering is waarschijnlijk aan de stevige kant, zoals bij alle Mini's uit die tijd. Op slecht wegdek voel je elke oneffenheid, maar het blijft gecontroleerd — geen gebonk, maar ook geen zweverigheid. De geluidsisolatie is matig: windgeruis rond de A-stijlen is hoorbaar vanaf 120 km/u, en bandengerommel komt de cabine binnen op ruw asfalt. De JCW voegt daar een uitlaatgeluid aan toe dat bij lage toeren gromt, maar bij snelwegritten wel gaat vervelen.
Al met al is de Paceman geen auto voor wie comfort vooropstelt. Hij is gemaakt voor korte ritten en bochtige wegen, niet voor lange afstanden. Als je dagelijks 150 kilometer snelweg rijdt, zijn er betere keuzes.
Het interieur is typisch Mini: een grote centrale snelheidsmeter, schakelaars die aan vliegtuigknoppen doen denken en een premium gevoel dat in 2013 bovengemiddeld was. De materialen zijn degelijk, met zacht plastic op het dashboard en stevig textiel op de deurpanelen. De afwerking is goed, maar niet perfect — sommige kieren zijn ongelijk. Het sportstuur van de JCW voelt prettig aan, met een dikke rand die goed in de hand ligt.
De ergonomie is wisselend. De airconditioning heeft fysieke knoppen, wat fijn is, maar het infotainmentsysteem wordt bediend via een draaiknop op de middenconsole — die werkt prima, maar het menu is niet altijd logisch opgebouwd. De centrale meter is vooral decoratief; je kijkt toch naar de snelheid op de head-up display-achtige plek achter het stuur. Een eigenaardigheid is dat de raambediening op de deurpanelen zit, zoals het hoort, maar de spiegels worden bediend via een knop op het dashboard, wat even wennen is.
Opbergruimte is schaars: het dashboardkastje is klein en de deurvakken kunnen maar een flesje water kwijt. De bekerhouders zijn ondiep, dus een grote drinkbeker ligt al snel om in een bocht. Het interieur oogt echter vrolijk en karakteristiek, met talloze personalisatiemogelijkheden — van contrasterende dakkleuren tot verschillende interieurpanelen. Dat maakt elke Paceman uniek, maar het kan ook overweldigend zijn.
De kofferruimte van 331 liter is, zoals de benchmark al aangeeft, kleiner dan 78% van de concurrentie. Dat is weinig voor een auto die als SUV wordt verkocht. Een doorsnee gezin zal moeite hebben om een kinderwagen plus boodschappen mee te nemen. De achterbank kan wel neergeklapt worden, maar dan ontstaat er een oneffen laadvloer. De hoge laaddrempel maakt het inladen van zware spullen onhandig.
De achterbank is alleen toegankelijk via de passagiersdeur, die voorin scharniert. Dat is typisch coupé-gedrag en het maakt instappen lastig, vooral voor ouderen. Eenmaal achterin is de zitpositie laag en je knieën zitten hoog — niet ideaal voor lange benen. Het zicht naar buiten is beperkt door de dikke C-stijlen en de kleine achterruit, wat parkeren een uitdaging maakt. Parkeersensoren zijn dan ook geen luxe, maar waren optioneel.
De hoge zitpositie voorin biedt een goed uitzicht over het verkeer, en de auto is met 4,1 meter lengte makkelijk te parkeren in de stad. Maar de brede deuren kunnen in krappe parkeervakken voor deuken zorgen — je moet opletten bij het openen. In het dagelijks leven is de Paceman dus een mix van stijl en praktische tekortkomingen.
Het infotainment in de Paceman is een afgeleide van het systeem dat Mini destijds gebruikte, met een draaiknop en sneltoetsen rondom. Het werkt redelijk intuïtief, maar de grafische weergave is gedateerd. Navigatie was optioneel en werkt traag naar moderne maatstaven, maar voor die tijd was het acceptabel. Bluetooth-audio is standaard, maar het koppelen van een telefoon kan soms een gedoe zijn.
Rijassistentie is beperkt: geen adaptieve cruisecontrol, geen rijstrookassistent. Je krijgt wel een noodremfunctie, maar die is niet zo geavanceerd als in nieuwere auto's. De JCW heeft een sportknop die het gaspedaal responsiever maakt en de uitlaatklep opent — een leuke gimmick die het geluid verbetert. De head-up display was niet leverbaar, wat jammer is voor een sportieve auto.
De connected services die Mini destijds aanbood, zoals conciërgediensten, zijn inmiddels verouderd en vaak niet meer actief. Kortom, de technologie is niet het sterkste punt van de Paceman. Wie moderne functies wil, moet naar een recenter model kijken. Maar voor wie vooral wil rijden, is het gebrek aan technologische snufjes geen groot probleem.
Met een officieel verbruik van 7,9 l/100 km en een CO2-uitstoot van 184 g/km is de JCW een dorstige. In de praktijk zal het verbruik al snel richting de 9 liter gaan, zeker als je het sportieve karakter benut. Dat betekent hoge brandstofkosten en een flinke bijtelling als je de auto zakelijk rijdt — al is dat voor een auto uit 2013 minder relevant. De wegenbelasting is ook pittig, want met 1.495 kg zit hij in een hogere klasse.
De Cooper D met handbak is met 4,4 l/100 km veel zuiniger, en de CO2-uitstoot van 115 g/km maakt hem een stuk goedkoper in belastingen. De dieselmotoren zijn over het algemeen betrouwbaar, maar de 1.6-liter diesel van BMW/Mini heeft bekendgestaan met roetfilterproblemen. De benzinemotoren zijn robuuster, maar de JCW heeft een turbodruk die bij hoge kilometers problemen kan geven.
Onderhoud is niet goedkoop: Mini-dealers rekenen tarieven die vergelijkbaar zijn met BMW. Banden zijn ook een kostenpost, vooral de brede 18- of 19-inch exemplaren op de JCW. De verzekering is hoog vanwege het sportieve imago. Kortom, de Paceman is geen auto voor de zuinige rijder. Wie de aanschaf overweegt, moet rekening houden met onderhoudskosten die hoger liggen dan bij een gemiddelde hatchback.
Alleen als...
Ik zou de Paceman alleen kopen als je per se een opvallende, driedeurs-coupé-SUV wilt die niemand anders heeft en je de compromissen accepteert. Dan kies ik de Cooper D met handbak: 111 pk is genoeg voor dagelijks gebruik, het verbruik van 4,4 l/100 km is veel vriendelijker voor de portemonnee en je mist de extra last van vierwielaandrijving niet op droog asfalt. De JCW is leuk, maar met 7,9 l/100 km en 184 g/km CO2 is hij vooral een statement. Alternatieven zoals een gebruikte DS 5 bieden meer ruimte en vergelijkbare prestaties voor minder geld. Koop de Paceman dus met je hart, niet met je verstand.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Mini Paceman, vergeleken met 7.601 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2010–2016.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 152 pk | 207 pk |
beter dan 44%
|
| Koppel | 266 Nm | 336 Nm |
beter dan 40%
|
| Topsnelheid | 199 km/u | 213 km/u |
beter dan 38%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 9,4 s | 9,0 s |
beter dan 44%
|
| Verbruik gecombineerd | 6,1 l/100 km | 6,7 l/100 km |
beter dan 45%
|
| CO2-uitstoot | 151 g/km | 150 g/km |
beter dan 37%
|
| Kofferruimte | 331 l | 465 l |
beter dan 22%
|
| Leeggewicht | 1.397 kg | 1.576 kg |
beter dan 68%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Deze review gaat over de hele Mini Paceman-reeks. De cijfers hierboven komen van de John Cooper Works 1.6L 6AT FWD (218 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.